Over ons

Uitleg Stormvloedwaarschuwingsdienst (SVSD)

Geen ongewoon beeld in Nederland: Buiten giert de wind en over de radio het bericht dat er verhoogde hoogwaterstanden worden verwacht. Op grond van deze verwachtingen adviseert de Rijkswaterstaat dijkbewaking in de volgende sectoren:Dat betekent: slecht weer, met mogelijk nog slechter weer in de achterhoede. De Stormvloedwaarschuwingsdienst is paraat en houdt de ontwikkelingen in de gaten.

Sinds de watersnoodramp van 1953, waarbij een combinatie van springtij en noordwesterstorm grote delen van Zeeland en Zuid-Holland onder water zette, zijn de dijken in ons land niet meer doorgebroken. Maar bij extreme weersomstandigheden lopen ze wel degelijk gevaar. Je kunt op onze dijken vertrouwen, maar niet blindelings. Waakzaamheid is en blijft geboden. Deze website licht u in over de organisatie van die waakzaamheid, over de samenwerking van KNMI en Rijkswaterstaat, over windopzet, voorwaarschuwingen, waarschuwingen, alarmeringen en het dijkleger. Geen overbodige luxe voor een volk dat voor de helft woont en werkt beneden de zeespiegel.

Onze kustverdediging wordt regelmatig en systematisch gecontroleerd op zijn betrouwbaarheid. Dat doen Rijkswaterstaat, de provinciale waterstaatdiensten, de waterschappen en gemeenten. Het oppertoezicht berust bij de Rijkswaterstaat. Die is er ook verantwoordelijk voor dat de provinciale toezichthouders en de dijk- en keringbeheerders worden gewaarschuwd voor gevaarlijke hoogwaters, die worden veroorzaakt door hoge afvoeren, wind en door eigenlijke getijbeweging. Twee keer per etmaal hebben we op de Noordzee hoogwater. De mensen noemen dit ook wel ‘vloed’ maar dat is onjuist: vloed is zolang het waterpeil stijgt, hoogwater als het hoogste peil is bereikt.

De voornaamste getijgolf komt de Noordzee in langs de Schotse kust; een minder sterke golf door het Kanaal. Het hoogteverschil tussen laag- en hoogwater is daardoor niet overal gelijk. Elke plaats heeft zijn eigen tijverschil?. In Vlissingen bedraagt het gemiddelde 3,80 meter. Het tijverschil neemt noordwaarts langs de kust af tot gemiddeld 1,40m bij Den Helder. Vervolgens loopt het weer op: bij Delfzijl is het gemiddeld 3 meter. Maar dit zijn theoretische getallen. Welk getij er in werkelijkheid optreedt, hangt niet alleen af van de stand van de zon en maan. Het weer kan daar ook grote invloed op hebben, en dan vooral de wind. In het bijzonder de beruchte Noordwesterstorm, die een vrije waterbaan heeft ter lengte van de Noordzee, stuwt het water op tegen de Nederlandse kust. De windopzet hangt af van de richting, de kracht en de duur van zulke stormen.

Onze dijken kunnen wel tegen een stootje. Na de stormramp van 1953 zijn de zeeweringen in het Deltagebied en langs de overige kust systematisch verbeterd. Met het gereedkomen in 1997 van de Stormvloedkering Nieuwe Waterweg werd het Deltaplan afgesloten. Uitgezonderd de Westerschelde zijn onze zeegaten gesloten of kunnen tijdelijk afgesloten worden door enorme stormvloedkeringen. Onze dijken en keringen zijn bestand tegen zeer zware stormvloeden? dat wil zeggen tegen stormomstandigheden die gemiddeld maar 1/ 4000 tot 1/ 10.000 keer per jaar voorkomen. Het is echter niet zo dat we alles wat minder erg is, achteloos over ons hoofd kunnen laten waaien. Er zullen altijd stormvloeden voorkomen waarbij dijken ernstig kunnen worden aangetast door zware golfaanval, sterke getijstroom of overslaand water.

Het is de taak van de Stormvloedwaarschuwingsdienst – afgekort SVSD, wat eigenlijk Stormvloed sein dienst betekent – de dijk- en keringbeheerders en de behoeders van de openbare veiligheid in te lichten, als er gevaarlijke hoogwater­peilen worden verwacht. De SVSD is 24 uur per dag klaar om in actie te komen; altijd dus. Nauwlettend volgt ze de ontwikkeling van het getij aan de kust tijdens zware stormen, speciaal bij windrichtingen tussen Zuidwest en Noord. Ze maakt verwachtingen op van de kritieke hoogwaters en geeft tijdig waarschuwingen uit naar de beherende instanties. De SVSD neemt zelf geen maatregelen om de dijk te verdedigen; dat moet de beheerder doen.

Er zijn drie peilen, waarbij, bij overschrijding hiervan, door de SVSD actie wordt ondernomen. Het eerste en laagste peil is het voorwaarschuwingspeil. Bij waarschuwing van de SVSD worden door de dijkbeheerders maatregelen van zeer beperkte omvang genomen. Het tweede peil is het waarschuwingspeil. Bij overschrijding van dit peil worden diverse maatregelen genomen. Het derde en hoogste peil is het alarmeringspeil. Indien de SVSD een overschrijding van dit peil verwacht worden er verder strekkende maatregelen getroffen. De SVSD zal dan de dijkbeheerders alarmeren en dijkbewaking adviseren. De voorwaarschuwing, waarschuwing of alarmering (dijkbewakingsadvies) vervalt indien de waterstanden in de gehele sector, rekening houdend met looptijd, na het betreffende hoogwater weer lager zijn geworden dan het aangegeven (voor)waarschuwingspeil c.q. alarmeringspeil. Indien voor het volgende hoogwater weer een overschrijding van een bepaald peil wordt verwacht, zal de SVSD opnieuw waarschuwen c.q. alarmeren. Omdat de tijdstippen van hoogwater verschillen en een storm ook zelden langs de kust even zwaar is, heeft men de kuststreek verdeeld in sectoren. In elke sector is een basisstation aangewezen.


sector Schelde West-Holland Dordrecht Den Helder Harlingen Delfzijl
basisstation Vlissingen Hoek v Holland Dordrecht Den Helder Harlingen Delfzijl
voorwaarschuwingspeil 310 200 260
waarschuwingspeil 330 220 190 270 300
alarmeringspeil 370 280 250 260 330 380

 

De regels voor het (voor)- waarschuwen c.q. alarmeren per sector zijn als volgt:

Het K.N.M.I. maakt dagelijks opzetverwachtingen voor het getij. De SVSD wordt al geïnformeerd wanneer het verwachte hoogwater in een basisstation het zogenaamde ‘informatiepeil’ zal overschrijden; dit peil ligt nog 40 tot 50 cm beneden het waarschuwingspeil. Doorgaans informeert het K. N. M. I. de SVSD een uur of tien voordat die waterstand optreden zal. De dienstdoende getijhydroloog van de SVSD besluit op grond van de verkregen informatie en van zijn ervaring of hij wel of niet zal overgaan tot het bemannen van het waarschuwingsbureau, het actiecentrum van de SVSD. Is de verwachting dat het waarschuwings- c. q. alarmeringspeil zal worden bereikt of overschreden dan wordt het bureau bezet. Wordt het bureau niet bezet dan is de verwachting dat het wel meevalt of dat hoogstens het voorwaarschuwingspeil wordt bereikt of overschreden. In dit laatste geval zal de getijhydroloog de diensten die op de voorwaarschuwingslijst vermeld staan opbellen. Afhankelijk van het tijdstip zal hij dit thuis of vanaf zijn werkplek doen. Het betekent echter niet dat hij daarna kan gaan slapen of achterover kan gaan leunen. De getijhydroloog blijft het getij nauwlettend volgen. Stel dat het bureau bezet wordt en dat de verwachting is dat waarschuwingspeilen in een of meer sectoren vermoedelijk zullen worden overschreden, dan licht het hoofd van de SVSD zijn chefs in en gaan de waarschuwingen en/ of alarmeringen uit – zo vroeg mogelijk en in ieder geval ongeveer 6 uur voordat het bedoelde hoogwater zal optreden. De dijkbeheerders hebben dan nog wat voorbereidingstijd.

Wie wordt gewaarschuwd?

In de kustprovincies:

  • Waterschaps- en Hoogheemraadschapsbesturen
  • Beheersdiensten van de Rijkswaterstaat
  • Provinciale Waterstaten
  • Binnenlandse Zaken (bureau Brandweer) en andere belanghebbenden.

Als er alarmeringen zijn uitgegaan, worden er bekendmakingen omgeroepen in het nieuws op radio en televisie. Bij dijkbewaking worden doorgaans de volgende maatregelen getroffen:

Het ANP maakt via radio en televisie bekend in welke sectoren dijkbewaking is afgekondigd. Ook op teletekst worden deze bekend gemaakt. De mensen die in die sectoren wonen, weten dan dat zij via de radio en televisie  nadere informatie kunnen verwachten. Zo is de maximale waakzaamheid bereikt. Hoe het in elk afzonderlijk geval verdergaat en afloopt, kunnen we hier natuurlijk niet voorspellen. Doorgaans wordt de schade beperkt tot wat duin  afslag. De mensen halen opgelucht adem, zeker als ze de watersnoodramp van 1953 van dichtbij hebben meegemaakt.